Sep 2015

Gecontroleerd anarchisme

Pasted Graphic
Het gaat mij om een sociaal proces. De mens heeft een onvermogen tot communiceren en door zoveel open te laten dwing ik de spelers tot overleg. De momentgebonden interactie bepaalt de uiteindelijke vorm van het stuk. Ik ben slechts een regisseur op afstand: ik lever enkel de bouwstenen.
– Simeon ten Holt –


In Canto ostinato beslissen de spelers zelf of ze bepaalde secties willen herhalen—en hoeveel keer ze die willen herhalen. Andere secties zijn bedoeld als brug en mogen maar één keer worden gespeeld.

Als musicus beslis je met elkaar en op het moment zelf wanneer je naar een volgende sectie gaat. Maar ook de speelmanier (staccato, marcato, legato), de dynamiek (piano, mezzoforte, forte) en zelfs de keuze van motieven en hun alternatieven worden door de spelers bepaald.

Ter plekke dus. Dat betekent goed luisteren naar elkaar en al spelend tot overeenkomsten komen. Alsof je met elkaar in gesprek bent.

Zo klinkt Canto steeds weer anders: niet alleen lopen de tijdsduren van diverse uitvoeringen enorm uiteen—ook in de vorm gedraagt het werk zich als een soort harmonica in de tijd. Het stuk is een blokkendoos: de uitvoerenden bepalen tijdens het spelen wanneer ze overgaan naar een volgende sectie, of wanneer ze die herhalen.

Dat is helemaal in de geest van de minimal music: musiceren alsof je in een band speelt. Niemand is de baas, beslissingen worden gezamenlijk genomen—een gecontroleerd anarchisme dat bij uitstek past bij kleine groepen.

Omdat de vrijheid in het DNA van Canto zit, wil ik die ook vertalen naar mijn versie voor orkest. Zo wil ik dat secties en subgroepen zelf beslissingen nemen—binnen de oevers van wat mogelijk is met zo'n grote groep. Daar schrijf ik een volgende keer meer over.

Die keuzevrijheid betekent bij Ten Holt geen ‘anything goes’. Ten Holt ergerde zich aan uitvoeringen die de geest van het werk niet respecteerden: “Zo zelfs dat ik bepaalde interpretaties niet meer als mijn stuk beschouwde. Ik werd bijvoorbeeld wel boos toen ze van de melodiepassage een soort fuga gingen maken. Stilwiderlich noem je dat in het Duits, het hoort niet in de stijl thuis. Net alsof je middeleeuwse muziek met Mozart combineert. En dan is er ook een uitvoering op cd waarop maar de helft van Canto ostinato wordt gespeeld, met voor de smulpapen aan het slot nog even die melodiepassage. Dat vind ik degoutant, teveel op de verkoop gericht.”
(Anthony Fiumara)

De sensualiteit van het leven

Pasted Graphic 1
Een werk schrijft als het ware zichzelf. Net als een roman, waarin de personages een eigen leven leiden. Een compositie zit helemaal in mijn handen, voor ik hem opschrijf. Mijn handen grijpen wat mijn hoofd niet grijpen kan.
– Simeon ten Holt –

Echte minimal-componisten zijn in Nederland vreemd genoeg op de vingers van één hand te tellen. Simeon ten Holt (1923-2012) is er een van, maar hij ontwikkelde wel een hoogstpersoonlijke, sensuele stijl binnen die stroming. Zijn pianowerk Canto ostinato zou je kunnen zien als het In C (Terry Riley) van de Nederlandse muziek.

Je kunt je bijna niet voorstellen dat de componist van Canto ostinato ooit begon als serialist, totdat hij genoeg kreeg van het componeren met zijn hoofd. Hij wilde zijn vingers weer laten zoeken naar tonen en kroop achter de piano.

In een interview vertelde hij ooit over deze periode: “Het positivisme en het structuralisme in de muziek hebben ravages aangericht. Ik zat gevangen in het dictaat van het schema. Het dictaat was weliswaar de neerslag van mijn innerlijk, maar ik zat als een ambtenaar mijn nootjes te noteren."

"Dat vond ik de vriesnacht, de nacht waarin de tonaliteit absoluut zoek was. Ik was een dor blad geworden. De verschraling was zo groot en de ontkenning van de stroom van het bloed en de hartenklop zo absoluut, dat ik het niet langer meer uithield en weer achter de piano kroop, en zo begon Canto te ontstaan."

"Het is de geschiedenis van mijn eigen lichaam. Zo moet je dat beschouwen: alles slibde dicht en aan de piano ging mijn bloed weer stromen. De sensualiteit van het leven ging weer meedoen.”

Zoals Rileys In C gaat Ten Holts magnum opus voor toetsinstrumenten over het “herstel van de tonaliteit na de tonaliteit”, aldus de componist. En over interactie: met de vorm die ter plekke ontstaat door het aantal herhalingen en het wel of niet spelen van motieven; met de tijd die de spelers moeten nemen om naar elkaar toe te groeien.

En net zoals zijn Amerikaanse evenknie geldt voor Canto dat geen ander Nederlands naoorlogs werk zo vaak wordt uitgevoerd en steeds opnieuw zo'n diepe indruk maakt.
(Anthony Fiumara)